Oven voorverwarmen op 200 ºC.
Was de sinaasappel en rasp de schil fijn.
Meng de helft van het kaneelpoeder met de gember en kruidnagel.
Doe de boter met de suiker, het ei, het snuifje zout en de geraspte sinaasappel in een kom en klop tot room.
Zeef de bloem en meng hierin de kruiden van puntje 3 toe.
Voeg de bloem bij het botermengsel en klop tot een kruimelig deeg.
Bekleed de bakvorm met bakpapier.
Neem twee derde van het deeg en druk het uit tegen de bodem en wanden van de bakvorm.
Roer de gedroogde abrikozen in de abrikozenconfituur en vul hiermee de bakvorm.
Verkruimel de rest van het deeg bovenop de taart.
Bak alles in de voorverwarmde oven in 45 tot 50 minuten goudbruin gaar.
Klop ondertussen de slagroom met de rest van het kaneelpoeder een heel klein beetje stijf, dek af en bewaar in de koelkast.
Neem de abrikozentaart uit de oven en laat afkoelen.
Bestrooi de taart met flink wat gezeefde poedersuiker en snijd in blokjes.
Serveer de abrikozentaart met de geslagen kaneelroom.