Smelt ongeveer 40 gram hoeveboter in een gietijzeren koekenpan of Tefal-pan met dikke bodem: voor in het pannenkoekenbeslag.
Neem een blender en doe hierin de halve liter melk, de eieren, de vanille, bloem, gesmolten hoeveboter en een klein snuifje zout.
Laat de blender alles mengen - net zolang tot je beslag hebt, niet langer mixen!) en je pannenkoekendeeg is klaar. Heb je geen blender, meng dan alles met de garde met de hand tot er geen klontertjes meer in het beslag zijn.
Smelt opnieuw wat hoeveboter in je pan giet er wat arachide-olie bij. Giet uit de pan in een kommetje en gebruik dit oliemengsel om mee te gaan bakken.
Maak een prop van doek of keukenrol, dep in je olie en wrijf er je pan helemaal mee in: de eerste keer wat meer dan de volgende keren. Bedoeling is dat je een olielaag flinterdun uitsmeert over de bodem van de pan. Om te beginnen bakken moet de pan warm zijn. Maar als ze begint te roken: dan de olie erin verwijderen, vuur wat lager, weer invetten en direct pannenkoekenbeslag in je pan gieten. Dan wordt het belangrijk dat je "een perfect vuur" zoekt... Zodat je binnen de minuut 1 dun flensje hebt gebakken langs beide kanten. Trager mag ook, maar dan zijn het geen minuutpanenkoekjes meer.
Giet een pollepel van het beslag in de pan voor een dunne pannenkoek (flensjes) en draai met de pan zodat het beslag mooi over de ganse bodem van de pan verspreid wordt.
Als het oppervlak droog wordt, draai je de pannenkoek met een spatel om.
Laat verder bakken tot de zijkant krokant begint te worden (of kijk even onderaan door de pannenkoek opnieuw om te gooien of op te lichten met je spatel) en haal uit de pan.
Vet de pan opnieuw in en bak de volgende pannenkoek.
Serveer heet aan je tafelgasten en bak de volgende.