Giet de fles rode wijn in een kookpot en warm rustig op op een zacht vuurtje.
Schil met een dunschiller: ongeveer de helft van de schil van de appelsien en ongeveer de helft van de schil van 1 citroen.
Pers het sap van de hele appelsien en de halve citroen bij in de pot met wijn. Zodra er luchtbubbeltjes op het oppervlak verschijnen en de wijn begint te verdampen, draai je het vuur lager. Het is niet de bedoeling volle bak de wijn te koken want dan verdwijnt de alcohol. Ikzelf zou gewoon een deksel op de pot leggen, zodat wat verdampt in de pot blijft.
Snijd de schillen van de citrusvruchten in fijne reepjes (in julienne) en voeg toe aan de pot met wijn.
Voeg er 2 kaneelstokjes aan toe, 1 laurierblaadje, enkele kruidnagels en de donkerbruine suiker.
Verzacht door aan te lengen met een beetje water en eindig met een flinke scheut cognac.
Als alles kookt, laat je de glühwein ingrediënten een kwartiertje trekken op een zacht vuurtje en...
Je winterdrankje is serverensklaar. Serveer zonder de zeste in een glas.