Indien gewenst, rooster je de amandelschilfers of andere fijngemalen nootjes in een pan tot de gewenste kleur, geur en smaak (laat ze niet zwart aanbakken!, schud de pan zo nu en dan om en let op de kleurverandering.)
Smelt de hoeveboter in een pannetje op een laag vuurtje.
Neem een blender of een hoge maatbeker voor de staafmixer en vul met de bloem, de gesmolten hoeveboter en alle andere ingrediënten voor het beslag tot er geen klonters meer in het beslag te zien zijn. Schraap desnoods met een pannenlikker langs de zijkanten van de maatbeker en mix opnieuw zodat je een homogeen beslag krijgt.
Schil de appels, verwijder het klokhuis met een appelboor en snijd de appels in dunne plakjes waarin middenin het gat van de appelboor in zit.
Vet de Tefalpan in met een beetje boter en bak hierin op en middelhoog vuur de appelschijfjes: strooi er wat bruine suiker over.
Draai de appelschijfjes om en laat even verder bakken alvorens er wat pannenkoekenbeslag over te scheppen: draai met de pan en zorg ervoor dat het deeg mooi tussen de appelschijfjes loopt, zodat je 1 koek hebt rondom de appel.
Zet het vuur nu wat lager en wacht tot de koek bovenaan droog is alvorens om te draaien.
Pannenkoeken met appel serveer je met een bol roomijs, wat geroosterde amandelschilfers en wat extra poedersuiker.