Rozijnen weken.
Oven voorverwarmen tot 200 graden.
Zet een kom op je weegschaal en weeg daarin af: 125 gram bloem, 100 gram havermoutvlokken , 100 gram suiker, 115 gram hoeveboter uit de ijskast (in fijne blokjes gesneden), een beetje kaneel en een beetje steranijs of een beetje gemalen kardemom poeder.
Verkruimel met je handen het deeg.
Schil de appels, snijd ze dan in 4 en verwijder het klokhuis. Snijd de appels in grote stukken (in 3 of in 4) in de ovenschaal.
Pers in je ene vuist de rum of het water uit de rozijnen en voeg toe bij de appels.
Strooi er 1 (of 2 of 3) eetlepels bruine suiker over en meng het geheel: zodat elk stukje appel met wat bruine suiker bedekt is.
Duw er met de hand de crumble bovenover: zodat het fruit met een laagje deeg bedekt is.
Zet in de oven.
Als de appeltjes goed gegaard zijn en de crumble is tot een korstje gebakken (een klein half uur), haal je het gebak weer uit de oven.
Schep de crumble met de stukjes appel en rozijnen op een bord en serveer met een bolletje ijs.